Maag

De maag is een grote, gespierde, blaasachtige structuur die gemaakt is om een hoeveelheid gekauwd en doorgeslikt voedsel te kneden. Het voedsel wordt met sterke zuren, enzymen en andere spijsverteringssappen vermengd en gevormd tot een vloeibaar gemaakte brij, die chymus wordt genoemd.
De maag heeft verschillende belangrijke delen, zoals de cardia, de fundus, het corpus, het antrum en de pylorus. De maag is aan de bovenkant (de cardia) verbonden met de slokdarm en aan de onderkant met het duodenum (de pylorus). Het duodenum verbindt de maag met de dunne darm. De maag heeft vier basisfuncties:
• Opslagreservoir. Hij slaat doorgeslikt voedsel voor een korte peri
ode op. Deze reservoirfunctie staat toe dat we in relatief korte tijd een grote maaltijd kunnen eten en deze later kunnen verwerken.
• Voedselverwerking. Hij maakt voedsel vloeibaar en fijn, waarbij
hij het met verschillende spijsverteringssappen vermengt.
• Onttrekking van nutriënten en vertering. Hier begint de onttrekking en vertering van eiwitten, vitaminen en mineralen.
• Overdracht. Wanneer de juiste samenstelling van de maaginhoud
is bereikt, begint de maag met het doorgeven van chymus via het duodenum aan de dunne darm. Hier begint het belangrijkste proces van vertering en nutriëntopname.
De maagwand bestaat uit zes basistypen cellen, die allemaal één of meer belangrijke stoffen afscheiden:
• Pariëtale cellen scheiden HCl af. HCl is een zeer krachtig zuur dat
aan veel reacties deelneemt en dat de pH (zuurgraad) in de maag verlaagt tot een niveau dat optimaal is voor de vertering en de absorptie. Zoals we in hoofdstuk 1 opmerkten, staat het cellulaire mechanisme dat hoofdzakelijk verantwoordelijk is voor de productie van maagzuur bekend als de protonpomp. Medicijnen die bekend staan als protonpompremmers schakelen deze pomp uit, waardoor de zuurafscheiding met meer dan 90% wordt verminderd. Pariëtale cellen scheiden ook intrinsieke factor af, die nodig is voor de opname van vitamine B12.
Hoofdcellen scheiden pepsinogeen af. Pepsinogeen wordt met behulp van HCl omgezet in het eiwitafbrekende enzym pepsine.
• G-cellen scheiden gastrine af. Gastrine is een extreem belangrijk
regulerend hormoon, dat het vrijkomen van HCl uit pariëtale cellen en pepsinogeen uit hoofdcellen regelt. Gastrine stimuleert ook de contractie van maagcellen en stimuleert de groei van maagslijmvlies (de maagwand).
• Enterochromaffine cellen (ECL) scheiden histamine af als reactie
op stimulatie door gastrine.
• Slijmcellen scheiden slijm af. Dit slijm helpt bij het glad en vloeibaar maken van het voedsel. Slijm helpt ook de maagwand tegen het bijtende milieu in de maag te beschermen.
• D-cellen scheiden somatostatine af. Somatostatine is een hormoon
dat de voedselbewerking in de maag afremt door de hoeveelheid gastrineafscheiding te verlagen wanneer de pH in de maag daalt.

Waarom maagzuur goed voor je is
• Histamine stimuleert op zijn beurt pariëtale cellen om HCl vrij te
geven. De plaats aan de pariëtale cel waaraan histamine zich bindt, heet de H2-receptor. Histaminewerking aan de H2-receptor is de primaire stimulus voor het vrijkomen van maagzuur. Medicijnen zoals Zantac, Tagamet, Pepcidin en Axid, die als H2-receptorantagonisten bekend staan, voorkomen dat gastrine de H2-receptoren stimuleert, wat het vrijkomen van zuur in de maag aanzienlijk vermindert.

Het lijkt erop dat we niet kunnen vinden waar je naar zoekt. Wellicht dat een zoekopdracht kan helpen.